Och zo doe ik ja maar wat op een vrijdagavond

‘Als je grappig wilt zijn, moet je ook deze zak chips kopen!’ Wieger adviseert Joost in de C1000 op de vrijdagavond. Wat een doerak is die Wieger ook.

Even tevoren enterden Sjakie en ik deze supermarkt om b-schappen te halen voor een hang avond. Sjakie zou Sander vergezellen en ikzelf zou Joost z’n casa bezoeken. Sjakie vraagt aan me: ‘Wat doe je?’ Ik kijk om me heen en zie dat ik een doodlopende weg inwandel, in plaats van netjes tussen de hekken de super binnenstruin. ‘Ik weet het niet,’ antwoord ik.

Sjakie loopt vervolgens straal langs de chipsschappen en daar heb ik mijn scherpte alweer te pakken en pak m’n zakkie Lays chips. Dan hoor ik een stem vanuit het niets. Ik stop met wandelen, kijk om mij heen, maar ontdek niemand. ‘Hmm ik zou toch even zweren dat iemand mij riep.’ Als een duvel van de supermarkt kijkt hij vervolgens om het andere hoekje. ‘Moi!’ zegt ie. Het is Wieger en hij werkt als zijn vader in de buurt is. De rest van de tijd doet hij net alsof.

Ons beginnende gesprek wordt onderbroken door een passant die mij kent en dat kost vijf minuten. Ondertussen houdt Sjakie Wieger aan de praat en zo komt die jongen nooit aan werken toe. Als ik mij bij hun groep voeg, blijkt het gesprek over het fenomeen ‘vissen’ te gaan. Dat doet de jeugd tegenwoordig en dat siert ze. Ik vis alleen met een haak voor fietsen in het kanaal en daar doe ik geen twee dagen over. Sjakie bedenkt plotseling dat hij nog cola nodig heeft en verlaat het tafereel. Wieger probeert vervolgens om een gesprek op te bouwen, maar dat lukt hem voor geen meter. Desondanks knopen we onze verschillende touwen toch aan elkaar en beseffen we beide dat we in goed gezelschap verkeren.

Sjakie is weer terug en Wieger benoemt dat ons gesprek met geen touw aan elkaar vast leek te knopen. ‘Dat is altijd zo bij ons in de C1000, jij probeert te werken tussendoor, ik probeer jou te laten werken, maar beide vinden we het mooi elkaar even te spreken en in dat enthousiasme gaat het nergens over.’ ‘Juist, misschien moeten we maar een keer buiten de ….’ Ik onderbreek Wieger voordat hij zijn zin heeft afgemaakt: ‘Nee. Doeg!’

Sjakie en ik verlaten het pand. Een half uur later entert Joost het pand en vervolgens doet Wieger wederom alsof hij werkt als zijn vader in de buurt is. ‘Als je grappig wilt zijn, moet je ook deze zak chips kopen Joost!’ en hij vertelt dat ik eenzelfde soort zak al aan heb geschaft om bij hem te verorberen. Joost waardeert de grap, maar koopt de zak niet. Ik lachte om Joost zijn verhaal toen ik bij hem ’s avonds op de bank hing. Doch toen mijn chips op was, vroeg ik mij af waarom hij Wieger zijn goedbedoelde advies niet had opgevolgd…

Alfons Pot
20-05-2012
goedemorgen

Haha ik heb met plezier gelezen! Dit maakt het begin van de week een goed begin ;)

07:39
21-05-2012